Klimaatklachten (en hoe ze ontstaan)

Wij hebben het allemaal al weleens in een gebouw klimaatklachten ondervonden. Het is te koud, te warm, het tocht, het is te droog of juist te vochtig of er is te weinig luchtverversing.

Het grootste deel van de binnenklimaat klachten wordt veroorzaakt door de klimaatinstallatie zelf, maar ook bouwkundige zaken kunnen een grote rol spelen.

Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen die kunnen leiden tot klimaatklachten:

  1. Slecht functionerende installaties
  2. Verbouwingen
  3. Verkeerd gebruik
  4. Verkeerde verwachtingen
  5. ‘Verkeerd’ onderhoud

De gevolgen hiervan zijn: ontevreden gebruikers, hoger ziekteverzuim, lagere productiviteit en vaak ook een hoger energieverbruik.

1. Slecht functionerende installaties

Het slecht functioneren van installaties kan een aantal oorzaken hebben.

  • 15% wordt veroorzaakt door fouten tijdens de ontwerp en engineeringsfase
  • 25% wordt veroorzaakt door fouten in de realiserings- en montage fase
  • 60% wordt veroorzaakt door verkeerd of onvoldoende beheer en onderhoud

Vaak worden doordat de prijs onder druk staat, verkeerde systeemkeuzes gemaakt. Vaak zie je ook dat zaken als naregelingen, bevochtiging, koeling alsnog wegbezuinigd worden met al gevolgen van dien. Als e.e.a. inmiddels is geïnstalleerd kost het aanbrengen van deze zaken vaak het dubbele van wat het had gekost bij de oorspronkelijke aanleg van de installatie.

Regeltechnisch is er vaak ook het nodig mis. Dat begint natuurlijk bij een juiste inbedrijfstelling van de installatie. Ook al is de installatie in het begin goed afgesteld wordt dat vaak door de gebruiker of een storingsmonteur (vaak onbewust) weer ‘omzeep’ geholpen, door dat deze op basis van individuele klachten stooklijnen verhoogt, setpoints veranderd of luchtroosters dicht gezet zonder de onderliggende oorzaak te onderzoeken (symptoombestrijding).

Veel tochtklachten ontstaan doordat o.a.:

  • Verkeerd of onvoldoende luchtzijdig is ingeregeld
  • Verkeerde luchtroosters zijn toegepast of dat deze verkeerd gesitueerd zijn
  • De inblaasluchttemperatuur verkeerd is afgesteld of te veel fluctueerd
  • Bouwkundige ‘koudebruggen’ door bijvoorbeeld het ontbreken van isolatie

Veel koudeklachten (in de winterperiode) ontstaan doordat o.a.:

  • Verkeerd of onvoldoende waterzijdig is ingeregeld
  • Naregelingen ontbreken of onderling niet goed zijn afgestemd
  • De buitenvoeler verkeerd gesitueerd is (stooklijn regelt te laag)
  • Thermostaatkranen niet goed meten doordat ze niet goed in de luchtstroom hangen
  • Vloerverwarmingsinstallaties te veel nachtverlaging krijgen

2. Verbouwingen

Veel klimaatklachten ontstaan nadat verbouwingen zijn uitgevoerd of nadat er een wijziging is opgetreden van het gebruik (bijvoorbeeld het plaatsen van een tussenwandje of een kantoorruimte die wordt verbouwd tot vergaderzaal of andersom).

De oorzaken hiervan zijn vaak:

  • Dat de regeltechnische installatie niet wordt aangepast (thermostaten of ruimtevoelers worden niet verplaatst, sturingen van naregelingen worden niet aangepast e.d.)
  • Er wordt niet of onvoldoende opnieuw lucht- en waterzijdig ingeregeld nadat de aanpassingen zijn gedaan
  • De capaciteit van de opwekking (koeling of verwarming) wordt niet of onvoldoende aangepast
  • De wijziging van het gebruik stemt niet meer overeen met het installatie ontwerp

Laat bij alle geplande bouwkundige aanpassingen vooraf een installateur beoordelen welke technische aanpassingen eventueel nodig zijn.

3. Verkeerd gebruik van de ruimte

Plaats geen werkplekken op minder dan 1,5 – 2 m van grote ramen (dat veroorzaakt vaak koude straling) of tegen verwarmingselementen waardoor de luchtcirculatie wordt onderbroken, maar ook luchtverplaatsing onder het bureau ontstaat. Laat nagaan of het aantal aanwezige personen of de opgestelde apparatuur wel is berekend op de capaciteit van de installatie. Gebruik ruimten waarvoor ze bedoeld en/of ontworpen zijn.

4. Verkeerde verwachtingen

Gebruikers hebben zelf wel ideeën over de mogelijkheden van de technische installatie. Deze komen vaak niet overeen met de werkelijkheid. Zij weten namelijk meestal niet welke systeemkeuze is toegepast en van welke ontwerptemperaturen men is uitgegaan. Als koeling aanwezig is wordt vaak gedacht dat deze ook bij extreme buitentemperaturen (>28 graden) een bepaalde binnen conditie behaalt kan worden, terwijl soms alleen maar topkoeling aanwezig is (geschikt bij buitentemperaturen tot ca.25 graden).

De beleving van de binnen condities door gebruikers wordt ook door nog enkele andere zaken bepaald:

  • De gedragen kleding
  • De activiteit (zittend werk of meer lichamelijke inspanning)
  • De gemoedstoestand
  • De luchtsnelheid

De oplossing ligt dan in verbetering van de communicatie naar de gebruikers (kleding advies, gebruiksinstructies, enquêtes e.d.)

5. ‘Verkeerd’ onderhoud

Veel onderhoudscontracten zijn ‘inspanningsplichtig’ en het onderhoud is dan gericht op de technische staat i.p.v. de functionele staat van de installatie.

Met andere woorden, wij weten niet of de installatie welk werkt zoals bedoelt.

  • Worden de condities wel gehaald?
  • Worden de capaciteiten wel gehaald?
  • Is er wel voldoend luchtverversing?

Aanpassing is dan nodig naar een prestatieovereenkomst met functionele eisen.

Wat zegt de Arbo over klimaatklachten

Klagers over het klimaat zijn er altijd. Komt het aantal klagers echter boven de 10/15%, dan moet men zicht echter pas zorgen maken. Sinds de wetswijziging van 1 januari 2007 stelt de Arbowet geen eisen meer aan de behaaglijkheid van het binnenmilieu. De wet beperkt zich tot de eis dat de temperatuur niet schadelijk mag zijn voor de gezondheid. In overige Arbo-informatie, zoals ISSO-publicatie 24 over het binnenmilieu, zijn echter nog wel richtlijnen voor het prestatieniveau van het binnenmilieu opgenomen. Deze zijn gebaseerd op het ISSO Praktijkboek Gezonde Gebouwen.

Als richtlijn voor een acceptabel thermisch binnenklimaat worden in onderstaande tabel waarden gegeven, zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw.

Wat kunnen wij er aan doen

Wij kunnen natuurlijk alle klimaatklachten afzonderlijk aanpakken en verhelpen. Je loopt dan echter al heel snel het risico dat je enige tijd weer soortgelijke problemen krijgt doordat opnieuw door gebruikers of storingsmonteurs de installatie ontregeld wordt. Wil je dat voorkomen dan is Duurzaam Beheer & Onderhoud (volgens ISSO 100) een methodiek om dit structureel aan te pakken en te borgen.